slim kiezen voor efficiënter beleid

De ladder van gedragsverandering die het centrum vormt van het 7E-model, kan gebruikers van dit model misschien doen denken dat men slechts trede per trede kan toewerken naar een nieuw gedrag. Niets is minder waar. Tredes kan je soms overslaan. Wil je mensen versneld in beweging krijgen richting gewenst gedrag, verleid ze dan zo snel mogelijk tot een eerste succeservaring. Door hierop in te zetten, maak je van de  7E-ladder een 7E-lift.

Begint men een nieuw gedrag belangrijk te vinden, dan groeit tegelijk ook onzekerheid en twijfel.

 

“Ik vind dit nu wel belangrijk, maar hoe moet ik dit nu in godsnaam aanpakken?”

  • “Kan ik dit wel?”
  •  “Wie kan me helpen?”
  •  “Zal ik het wel goed doen?”

Hoe langer je bij deze onzekerheid en twijfel blijft stilstaan, hoe onoverkomelijker barrières worden. Als motorrijder herinner ik me nog steeds mijn eerste (en levensbelangrijke) les van mijn rij-instructeur: “Kijkrichting is rijrichting”. Meer bepaald, focus je op een hindernis, dan knal je gegarandeerd er tegen aan. Kijk je naar de ruimte naast de hindernis, dan rij je er langs vooraleer je goed en wel bewust beseft dat er überhaupt een hindernis was.

Door mensen snel tot een eerste positieve ervaring te brengen, ontdekken ze al doende hoe iets voor hun werkt en wat hun voordelen zijn. Elke succeservaring smaakt trouwens naar meer. Speel hierop in en streef met de nodige triggers naar herhaling. Zo kan een eerste ervaring zich systematisch dieper en breder inslijten tot het nieuwe bewust gestelde gedrag een geautomatiseerde onbewust gewoonte wordt.

Bekrachtig daarom de eerste leerervaring met positieve feedback (“goed gedaan!”). Streef waar mogelijk ook naar reflectie: “wat heeft deze ervaring bij mij teweeg gebracht, hoe heeft het mij nu reeds verrijkt, wat wil ik de volgende keer opnieuw of anders doen?”. Reflectie verrijkt de leerervaring en zorgt ervoor dat mensen de meerwaarde van het nieuwe gedrag voor zichzelf expliciteren. Reflectie helpt om aftastend gedrag te koppelen aan eerdere inzichten en andere ervaringen, waardoor het nieuwe gedrag zich vlotter kan verankeren.

Niemand van ons leerde zwemmen door er een goed boek over te lezen. Gedragsverandering gaat finaal over: “in het bad springen”. Stel dit moment dus niet langer uit dan nodig. Zorg ook in deze fase voor een goede begeleiding. Uiteindelijk zijn het de aanmoedigende woorden van de badmeester die ons hielpen om na verloop van tijd onze zwembandjes uit te doen, en op eigen kracht te zwemmen. Hoe onzeker we ons misschien voelden op dat moment, niemand die zich dat nog herinnert als hij enkele jaren later zelfverzekerd in een zomerse zee de golven induikt.

Ewoud Monbaliu