slim kiezen voor efficiënter beleid

“Wil je mensen in armoede helpen? Denk dan niet alleen aan materiële en economische steun, maar haal ook gedragswetenschappelijke inzichten in huis.” Die uitspraak komt deze keer niet van ons, maar van de Wereldbank.

In haar ‘World Development Report 2015: Mind, Society, and Behavior’ lijkt de Wereldbank wel helemaal haar schouders onder het 7E-model te zetten. Denk niet dat informeren (enlighten) of belonen (encourage) alleen zullen helpen, zeggen ze, haal de hele waaier van ingrepen in huis, van verwachtingcreatie (enthuse), sociale steun (engage), toegankelijke middelen (enable), consistentie (exemplify) tot beleving (experience). Optimaliseer de keuzemomenten voor mensen in armoede, pleit het rapport, en we zijn het daar uiteraard volmondig mee eens.

Optimaal kiezen is zelfs hier lastig

De beste keuzes maken is lastig. Dat weten wij, gegoede Vlamingen, ook. Het is gewoonweg bijzonder lastig. Je moet er een pak energie in steken, en wanneer je moe bent of andere dingen aan je hoofd hebt, is het zoveel makkelijker om op je automatismen of op je intuïtie te rekenen.

Tijdens mijn toespraken gooi ik graag die oefening in de zaal (zie voorbeeld hiernaast): vier kaarten waarbij aan de ene kant cijfers en aan de andere kant letters staan. schermafbeelding-285
“Welke twee kaarten moet je omdraaien”, vraag ik dan, “om na te gaan of deze uitspraak klopt: ‘aan de andere kant van een even getal staat altijd een klinker’?” De vraag alleen al ontlokt vaak gezucht in de zaal. “Pfff, vraagstukken.”
Sommigen zwijgen en wachten tot iemand een poging zal wagen: laat een ander zich maar verbranden, denken die. Eigenlijk is het experiment daar al geslaagd, want ik wil aangeven dat we dat rationele doordenken ook echt lastig vinden en er liever omheen lopen als er niet meteen zichtbare winst aan gekoppeld is. Wanneer iemand dan ook daadwerkelijk antwoordt, kiest die meestal ook nog eens het voor de hand liggende foute antwoord: 2 en U.* Dan heb ik mijn punt helemaal gemaakt.

Nee, zelfs wij kiezen niet optimaal, ook al hebben we onderwijs genoten dat ons moet helpen om geïnformeerd te kiezen en om handige heuristieken te gebruiken. Het bovenstaande raadsel zouden we gewapend met de modus ponens en de modus tollens uit onze lessen logica bijvoorbeeld vlot kunnen oplossen als we die hadden onthouden.

Net omdat we dat kiezen zo lastig vinden en er zoveel moeite mee hebben, is onze zorgende maatschappij er op gericht om ons ermee te helpen en onze zorgen uit handen te nemen. Zo remedieert onze samenleving ons overdreven vertrouwen in de toekomst door default voorzieningen te treffen en in onze plaats al aan pensioenen en sociale zekerheid te denken. We vinden het niet zo leuk dat er zoveel geld van onze brutowedde wordt afgehouden, maar het redt ons vaak van onhandige keuzes. Omdat langetermijndenken lastig is, bakken we het in in ons systeem.

De keuze-belemmerende context van armoede

Als je nu diezelfde gedragsbril op de derde, of zelfs de vierde, wereld richt, dan merk je dat het kiezen daar niet of nauwelijks door de samenleving wordt geoptimaliseerd. Onderwijs is vaak moeilijk toegankelijk, informatie onhelder, steunende triggers bereiken de mensen te laat, te vroeg of helemaal niet en eerder dan sociale steun ondervinden ze vaak sociale stigmatisering, en zwaar tegenvallende ervaringen wat leidt tot beklemmende, lage verwachtingen en zo tot onvoordelig gedrag.)
Het nieuwe rapport van de Wereldbank hamert erop dat mensen in armoede echt niet door andere waarden of cultuur kiezen voor een televisie i.p.v. een spaarboekje, hun kinderen van school houden of bepaalde medicijnen niet innemen. De context van armoede beïnvloedt het kiezen.

Armoede zorgt ervoor dat je nog meer op het heden gaat focussen. Als je schulden moet afbetalen of je kinderen moet beschermen, heb je nu eenmaal minder energie over om tijdig te investeren in opleiding en gezondheid. En als de samenleving de organisatie van het onderwijs, sociale zekerheid, verzekeringen en elementaire voorzieningen niet standaard van je overneemt, krijg je die ook nog op je schouders. Dan moet je zelf rampen opvangen of een netwerk bouwen, wanneer overstromingen, ziekte of geweld je inkomsten onderuit halen.

Door die vele zorgen, de negatieve ervaringen en sombere verwachtingen, laten mensen in armoede vaak kansen aan zich voorbij gaan. Zij hebben geen marge om risico’s te nemen. Elke fout wordt genadeloos afgestraft; als je weinig hebt, zet je dat nog minder graag op het spel.  Een gok die niet loont, is levensbedreigend.

We horen dus niet alleen letterlijk ‘kans-armoede’ te bestrijden, we moeten ook de context waarin ze op die kansen kunnen ingaan optimaliseren.

Begrijp waarom mensen doen wat ze doen

De Wereldbank vraagt overheden en instellingen dan ook om naast het goede werk dat ze al verrichten ook de gedragswetenschappelijke 7E-bril op te zetten om blinde vlekken op te sporen. Elke ingreep van armoede steunt op een aanname van menselijk gedrag. Als je bijvoorbeeld meststoffen subsidieert, ga je ervan uit dat de boeren die stoffen te duur vonden, dat ze die subsidies zullen weten te vinden, dat de meststoffen echt zullen werken en dat ze zich bewust zijn van die mogelijke, positieve effecten, dat ze bereid zullen zijn om hun beperkte budget erin te investeren met het risico dat de oogst om andere redenen mislukt, en dat ze de tijd zullen vinden om de stoffen aan te schaffen. Dat zijn heel wat aannames… Ook de Wereldbank stelt voor om na te gaan of die wel kloppen. Ken je alle drempels van je doelgroep wel? Werkt die ene hefboom – in dit geval ‘encourage’ – die drempel wel afdoende weg?

Denk niet te snel dat iedereen op dezelfde manier op dezelfde incentives reageert, voegt de Wereldbank eraan toe. “Zou je naar de andere kant van de stad rijden als je daardoor een uurwerk van 100 euro voor 50 euro zou kunnen kopen?”, vroegen ze bij wijze van test. “En als je 50 euro zou kunnen winnen op een uurwerk van 500 euro? Of op ééntje van 1250 euro?”
De stafleden van de Wereldbank verwachtten blijkbaar dat het effect van die 50 euro groter zou zijn in het eerste geval, dan in het derde geval. Zelf zouden ze voor dat uurwerk van 1200 euro helemaal niet omrijden. Werd de vraag aan mensen in armoede gesteld, dan veranderde de kostprijs van het uurwerk niks aan hun gedrag: wie wou omrijden bij een uurwerk van 100 euro, zou dat ook doen voor een toestel van 1250 euro. Zij focusten op absolute waarde, de stafleden op relatieve…

Onderzoek de drempels en de frames van je doelgroep, is dan ook de raad van de Wereldbank. Begrijp hoe keuzes worden gemaakt, begrijp waarom gedrag gesteld of gelaten wordt en reageer daarop.

Keuze-optimalisatie, een pleidooi

Het rapport van de Wereldbank leest als een overtuigend pleidooi voor keuze-optimalisatie. Ze omschrijven succesvolle campagnes als campagnes die zowel informatie bevatten (enlighten), toelaten om het gedrag te oefenen (experience), drempels verlagen en middelen aanreiken (enable), een systeem opzetten om die mensen die het gedrag (willen) vertonen te empoweren (engage), en die positieve verwachtingen wekken via interpersoonlijk contact, print en andere media (enthuse).

Het opzetten van kansen volstaat niet, betoogt de Wereldbank. Mensen in armoede moeten ook optimaal kunnen kiezen om op die kans in te gaan. Het overlaten van dat kiezen aan de doorgaans onevenwichtige invloeden en verleidingen van commerciële spelers is geen neutrale houding. Meer nog, zo zegt de Wereldbank, een overheid die niet probeert om tegengewicht te geven aan  bedrieglijke verleidingspogingen zoals misleidende advertenties of frames, gedoogt dit niet alleen, maar moedigt het zelfs aan.

Met haar rapport ‘World Development Report 2015: Mind, Society, and Behavior’ – te vinden op worldbank.org – wil de Wereldbank overheden en organisaties aanmoedigen om gedragswetenschappelijke inzichten te integreren in ontwikkelingsbeleid. Deze benadering, zo zegt ze, kan dit beleid hervormen en de effectiviteit van ontwikkelingshulp en -interventies verhogen.

Zo hoor je ’t ook eens van een ander, denk ik dan.

 

Fran Bambust

___

*Het juiste antwoord is 2 en J. Je moet immers controleren of er achter de 2 inderdaad een klinker staat, en nagaan of er achter een medeklinker niet ook een paar getal staat. We proberen te weerleggen. Niet te bevestigen. Als er achter de medeklinker een paar getal staat, weerlegt dat de uitspraak. Door te kijken wat er achter de klinker, leer je niks: staat er een onpaar getal, dan weerlegt dat niks, want ik heb geen uitspraak gedaan over onpare getallen